''Investeringen in groeikapitaal staan onder druk.'' en ‘’er is een gebrek aan risicokapitaal’’ aldus het college en derhalven ligt voor ons een Statenvoorstel voor een MKB-plusfaciliteit in Brabant, waaraan de provincie €60 miljoen wilt uitlenen. Het probleem met deze redenering: er is al een functionerend bankwezen, dat bemiddelt tussen spaarders en leenklanten. Banken willen zelfs extra gaan inzetten op MKB’ers, zoals voorgaande Statencollega’s van de Rabobank vast kunnen bevestigen.

Als een ondernemingsplan bij de MKB-plusfaciliteit Brabant wordt gepresenteerd dan heeft de ondernemer het eigen bankwezen al afgestruind en is daar geweigerd. Het gaat dus om extreem risicovolle financiering*. Daarbij is de ingestelde ondergrens voor een lening €5 miljoen en wordt de focus gelegd op leningen tussen de €10 miljoen en €30 miljoen. Over MKB kan dus eigenlijk al niet meer worden gesproken, gezien klein- en micro-bedrijven afvallen en alleen de 43 middelgrote bedrijven hiervoor in aanmerking zullen komen.

De aanleiding van dit ''Brabantse Juckerplan'' is dat het EU-baasje Jean-Claude Juncker een investeringsfonds aankondigde dat in het Europese MKB moet investeren. Met subsidie kunnen we inderdaad een ‘’MKB’’-er laten groeien, maar de kans het risico is ook zeer groot dat we het Brabants geld nooit meer gaan terugzien.

Daarbij is  het niet gebruikelijk dat een provincie participeert in de Europese Investeringsbank (EIB) en Investeringsfonds (EIF). Doorgaans werkt de EIF via banken en fondsen. Dus is de provincie met het verstrekken van leningen niet marktverstorend bezig? De marktverstorende werking van het ''Brabantse Juckerplan'' zorgt ervoor dat banken en andere kapitaalverstrekkers kunnen cherrypicken en de provincie met de meest risicovolle investeringen blijft zitten. Mogelijk voordeeltje aldus dit college; leningen leveren weer rendement op voor provinciale begrotingsuitgaven en daarmee kunnen de hobby’s van dit college weer worden betaald.

Afsluitend, de gedeputeerde volgt de oproep voor een ''Brabantse Juckerplan'' maar al te graag om zo zelf voor bankiertje te kunnen spelen én zo het Europees Fonds voor Strategische Investeringen (ESFI) te verbinden aan Brabantse MKB-bedrijven.  Hiermee worden dus ook Europese regeltjes binnengehaald.

Om de provinciale belangen te borgen wordt een fondsplan opgezet. En in zo’n fondsplan worden de uitsluitingsgronden voor investeringen geformuleerd zoals niet investeren in kernenergie. Waarom wordt kernenergie uitgesloten? Is de gedeputeerde bereid om in het fondsplan ook uitsluitingsgronden te formuleren met betrekking tot dierproeven? En kan de gedeputeerde aangeven wat verdere uitsluitingsgronden zijn in het fondsplan?