Amendement ‘Serieuze participatie verdient een referendum'
Provinciale Staten van Noord-Brabant, in vergadering bijeen op vrijdag 3 juli 2026, ter bespreking van Statenvoorstel 33/26 Verordening participatie Noord-Brabant
Besluiten Ontwerpbesluit 33/26 B als volgt te wijzigen:
A) Artikel 1.4 (Vormen inwonersparticipatie) wordt als volgt gewijzigd:
Het eerste lid komt te luiden:
“1. Inwonersparticipatie kan plaatsvinden in de volgende vormen:
a. informeren;
b. raadplegen;
c. adviseren;
d. coproduceren;
e. meebeslissen;
f. het houden van een referendum.”
B) Na § 3 Inwonersvoorstel wordt een nieuwe paragraaf ingevoegd:
§ 4 Referendum
Artikel 4.1 Begripsbepalingen
In deze paragraaf en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:
kiesgerechtigden: ingezetenen van de Provincie Noord-Brabant die krachtens de Kieswet kiesgerechtigd zijn voor de verkiezing van leden van Provinciale Staten;
raadgevend referendum: referendum op initiatief van kiesgerechtigden;
raadplegend referendum: referendum op initiatief van leden van Provinciale Staten.
Artikel 4.2 Voorwerp van referendum
1. Een referendum kan worden gehouden over een ontwerpbesluit dat aan Provinciale Staten ter vaststelling wordt voorgelegd en grote maatschappelijke, economische, milieu-hygiënische, organisatorische of ruimtelijke gevolgen heeft voor de provincie Noord-Brabant of haar inwoners, dan wel voor één of meer specifieke COROP-regio's van de provincie Noord-Brabant respectievelijk haar inwoners.
2. Géén referendum kan worden gehouden over een besluit als bedoeld in het eerste lid:
a. dat strekt tot uitvoering van verdragen of besluiten van volkenrechtelijke organisaties;
b. dat strekt tot uitvoering van besluiten van het Rijk;
c. dat strekt tot uitvoering van een wet of besluit voor zover die wet of dat besluit strekt tot uitvoering van verdragen of besluiten van volkenrechtelijke organisaties;
d. waar Provinciale Staten bij het nemen van het besluit geen ruimte hebben voor het maken van keuzes van beleidsinhoudelijke aard;
e. dat uitsluitend strekt tot intrekking van een besluit naar aanleiding van een daarover gehouden referendum;
f. dat uitsluitend betrekking heeft op de rechtspositie van ambtsdragers of gewezen ambtsdragers als zodanig, dan wel hun nagelaten betrekkingen of rechthebbenden;
g. dat uitsluitend betrekking heeft op de provinciale belastingen krachtens hoofdstuk XV van de Provinciewet of belastingen krachtens andere wetten dan de Provinciewet;
h. waarover reeds een referendum is gehouden of de mogelijkheid van inspraak, al dan niet op grond van de Inspraakverordening Provincie Noord-Brabant 1995, is geboden;
i. dat strekt tot vaststelling of wijziging van de provinciale begroting en de provinciale rekening. Uitgezonderd van deze bepaling zijn beslispunten in een ontwerpbesluit bij een P&C-document over nieuw (kaderstellend) beleid;
j. dat betrekking heeft op de organisatie van het provinciale apparaat, en waarover de reglementair de instemming van de Ondernemingsraad vereist is;
k. waarin Provinciale Staten beslissen op bezwaar of beroep.
Artikel 4.3 Doelstelling referendum
Door middel van een referendum kunnen burgers richting geven aan de besluitvorming door Provinciale Staten.
Artikel 4.4 Nadere regels
Gedeputeerde Staten kunnen nadere regels vaststellen met betrekking tot de wijze waarop uitvoering wordt gegeven aan een besluit als bedoeld in de artikelen 6 en 8.
Artikel 4.5 Indienen van het verzoek tot houden van een raadgevend referendum
1. Iedere kiesgerechtigde kan bij Provinciale Staten een verzoek tot het houden van een raadgevend referendum indienen.
2. Het verzoek, bedoeld in het eerste lid, dient te voldoen aan de volgende vereisten:
a. het verzoek wordt schriftelijk ingediend;
b. het verzoek wordt bij Provinciale Staten ingediend uiterlijk een week vóór ofwel een vergadering ter beeldvormende of oordeelsvormende voorbereiding van een vergadering van Provinciale Staten (een en ander conform de werkwijze uit het vigerende Reglement van Orde van Provinciale Staten) ofwel een vergadering van Provinciale Staten waarin het ontwerpbesluit dat onderwerp is van referendum is geagendeerd;
c. het verzoek bevat tenminste:
1°. een aanduiding van het besluit van Provinciale Staten waar het verzoek op is gericht;
2°. een aanduiding van de in het referendum betrokken regio's;
3°. een handtekening van elke verzoeker, met een opgave van diens naam, adres, leeftijd, woonplaats.
d. het verzoek wordt ondersteund door tenminste driekwart procent (0,75%) van de kiesgerechtigden van de laatstgehouden verkiezing van de leden van Provinciale Staten uit de Provincie Noord-Brabant of uit de COROP-regio's waar het referendumverzoek betrekking op heeft.
Voor het indienen van het verzoek stellen Gedeputeerde Staten een formulier vast.
Artikel 4.6 Beslissing op het verzoek tot het houden van een raadgevend referendum
1. Provinciale Staten besluiten tot het houden van een raadgevend referendum indien is voldaan aan de artikelen 4.2 en 4.5.
2. Tegelijk met het besluit, bedoeld in het eerste lid, besluiten Provinciale Staten tot het aanhouden van hun besluitvorming over het ontwerpbesluit dat voorwerp is van het referendum.
3. Provinciale Staten besluiten op het verzoek tot het houden van een raadgevend referendum:
a. indien het een ontwerpbesluit betreft dat was geagendeerd voor een beeldvormende of oordeelsvormende vergadering: in de eerstvolgende vergadering van Provinciale Staten;
b. indien het betreft een ontwerpbesluit dat is geagendeerd voor de vergadering van Provinciale Staten: in de vergadering van Provinciale Staten waarop het onderwerp dat voorwerp is van het referendum staat geagendeerd.
4. Provinciale Staten kunnen de beslissing, bedoeld in het eerste lid, eenmaal verdagen tot de eerstvolgende vergadering.
5. Het besluit, bedoeld in het eerste lid, wordt binnen zeven dagen na de vergadering van Provinciale Staten bekend gemaakt door plaatsing in het Provinciaal blad.
Artikel 4.7 Indienen van het verzoek tot het houden van een raadplegend referendum
1. Ieder lid van Provinciale Staten kan bij Provinciale Staten een verzoek tot het houden van een raadplegend referendum indienen.
2. Het verzoek, bedoeld in het eerste lid, dient te voldoen aan de volgende vereisten:
a. het verzoek wordt schriftelijk ingediend;
b. het verzoek wordt bij Provinciale Staten ingediend uiterlijk een week vóór ofwel een vergadering ter beeldvormende of oordeelsvormende voorbereiding van een vergadering van Provinciale Staten (een en ander conform de werkwijze uit het vigerende Reglement van Orde van Provinciale Staten) ofwel een vergadering van Provinciale Staten waarin het ontwerpbesluit dat onderwerp is van referendum staat geagendeerd;
c. het verzoek bevat tenminste:
1°. een aanduiding van het besluit van Provinciale Staten waar het verzoek op is gericht;
2°. een aanduiding van de in het referendum betrokken regio's;
3°. een handtekening van elke verzoeker;
d. het verzoek wordt ondersteund door tenminste een vijfde van het aantal leden van Provinciale Staten van Noord-Brabant.
Artikel 4.8 Beslissing op het verzoek tot het houden van een raadplegend referendum
1. Provinciale Staten besluiten tot het houden van een raadplegend referendum indien voldaan is aan de artikelen 4.2 en 4.7.
2. Tegelijk met het besluit, bedoeld in het eerste lid, besluiten Provinciale Staten tot het aanhouden van hun besluitvorming over het voorwerp van referendum.
3. Provinciale Staten besluiten tot het houden van een raadplegend referendum in de vergadering van Provinciale Staten waarop het voorwerp van referendum staat geagendeerd.
4. Provinciale Staten kunnen het besluit, bedoeld in het eerste lid, eenmaal verdagen tot de eerstvolgende vergadering.
5. Het besluit, bedoeld in het eerste lid, wordt binnen zeven dagen na de vergadering van Provinciale Staten bekend gemaakt door plaatsing in het Provinciaal blad.
Artikel 4.9 Vaststellen datum referendum
1. Gedeputeerde Staten stellen uiterlijk acht weken na het besluit om een referendum te houden de dag dan wel de periode vast waarop het referendum wordt gehouden, met dien verstande dat het referendum niet later plaatsvindt dan uiterlijk zes maanden na de dag waarop Provinciale Staten besloten hebben tot het houden van een referendum.
2. Er kunnen meerdere referenda op dezelfde dag dan wel in dezelfde periode worden gehouden.
3. Gedeputeerde Staten stellen indien mogelijk de datum voor het houden van het referendum zodanig vast dat deze gelijktijdig plaatsvindt met verkiezingen voor de gemeenteraad, Provinciale Staten, de Tweede Kamer der Staten-Generaal of het Europees Parlement.
4. Gedeputeerde Staten mogen de termijn van zes maanden, genoemd in het eerste lid, overschrijden indien binnen twee maanden na afloop van die termijn algemene verkiezingen worden gehouden en het referendum hiermee kan worden gecombineerd.
Artikel 4.10 Vraagstelling
1. Provinciale Staten stellen de vraagstelling en antwoordcategorieën vast.
2. Provinciale Staten dragen bij het formuleren van de vraagstelling, bedoeld in het eerste lid, zorg dat de strekking daarvan overeenkomt met de vraagstelling die is opgenomen in het verzoek om een referendum.
Artikel 4.11 Uitvoering
1. Gedeputeerde Staten zijn belast met de organisatie en uitvoering van het referendum.
2. Gedeputeerde Staten zijn tevens belast met het zorgdragen voor een neutrale informatievoorziening.
Artikel 4.12 De stemming
1. Kiesgerechtigd voor het referendum zijn degenen die op de dag van het referendum, dan wel de eerste dag van de periode waarin het referendum wordt gehouden, volgens de Kieswet kiesgerechtigd zijn voor de verkiezing van de leden van Provinciale Staten.
2. Tenminste tien dagen voor de dag van het referendum, dan wel voor de eerste dag van de periode waarin het referendum wordt gehouden, ontvangt elke kiesgerechtigde van Gedeputeerde Staten een stempas of stembiljet.
3. Op de stempas of het stembiljet wordt een volgnummer vermeld.
4. Gedeputeerde Staten stellen vast op welke wijze er wordt gestemd.
5. De wijze van stemmen wordt zo gekozen dat gewaarborgd is
a. dat iedere kiesgerechtigde in de gelegenheid is zijn stem uit te brengen;
b. dat bij het uitbrengen van de stem de identiteit van de kiesgerechtigde kan worden vastgesteld.
6. De bepalingen van de Kieswet zijn van overeenkomstige toepassing voor zover hiervan niet bij deze verordening wordt afgeweken.
Artikel 4.13 De geldigheid van de uitslag
1. Gedeputeerde Staten delen Provinciale Staten zo spoedig mogelijk de uitslag van de stemming mee.
2. Provinciale Staten stellen de uitslag van het referendum binnen één week na stemming vast.
3. Van een geldige uitslag is sprake indien minimaal 25% van de voor stemming opgeroepen kiesgerechtigden zijn of haar stem heeft uitgebracht.
4. De uitslag, bedoeld in het tweede lid, wordt binnen zeven dagen na de vergadering van Provinciale Staten bekend gemaakt door plaatsing in het Provinciaal Blad.
Artikel 4.14 De besluitvorming naar aanleiding van de uitslag
Provinciale Staten besluiten uiterlijk binnen zes weken na de dag van het referendum over het voornemen tot besluit of project in de ontwerpfase dat onderwerp was van het referendum.
C) De huidige § 4 Slotbepalingen wordt § 5 Slotbepalingen.
Alle verwijzingen in de verordening naar de slotbepalingen worden dienovereenkomstig aangepast.
Patricia van der Kammen
PVV Noord-Brabant
Toelichting:
Met dit amendement wordt het referendum geïntroduceerd als volwaardig participatie-instrument in de Verordening participatie Noord-Brabant. Dit past volledig in de lijn van meer ruimte voor de burger. Directe democratie via referenda is een krachtig en legitiem instrument om de stem van de Brabantse burger daadwerkelijk te laten horen bij belangrijke provinciale beslissingen. Het toevoegen van het referendum maakt de participatieverordening compleet en sluit aan bij de wens van veel Brabanders voor meer zeggenschap.
