PVV Brabant: Niet stikstof is het probleem, maar verkeerd beleid

Brabantse burgers worden nu al weken bestookt met allerlei doemverhalen over stikstof. De uitstoot van stikstof zou het einde betekenen van de natuur in Brabant en voornamelijk de boeren zouden hiervan de grote schuldigen zijn.  De PVV Noord-Brabant is echter van mening dat de vork anders in de steel steekt. Verscheidene onderzoeken laten zien dat vooral verkeerd beleid rondom natuurbeheer en het aanwijzen van natura 2000-gebieden op basis van incorrecte criteria schuldig zijn aan de geconstateerde problemen. 
 
"De vergrassing van schraalgronden in Natura 2000-gebieden zou een enorm probleem zijn, maar dit wordt door minder intensief beheer door natuurbeherende organisaties zelf veroorzaakt", aldus woordvoerder Maikel Boon. "Stikstof is helemaal niet de oorzaak van de vergrassing. Vroeger liepen de schapen nog op de heides en werd dankzij intensieve begrazing de vergrassing gewoon tegengegaan."
 
"Ook zijn er experts die duidelijk maken dat er bij de aanwijzingen van Natura 2000-gebieden grote fouten zijn gemaakt, door het stellen van onrealistische doelen en het koppelen van gebieden met slechte natuurkwaliteit aan de de verkeerde habitattypen."

Door middel van Statenvragen wil de PVV nu eens de waarheid op tafel krijgen, zonder dat de beschuldigende vinger gemakzuchtig richting de boeren wijst.

 

Geacht college,

De stikstofproblematiek waar de afgelopen weken zoveel om te doen is, heeft nog eens overduidelijk aangetoond dat het Natura 2000-beleid een zware claim legt op de ontwikkelingen in de agrarische sector, de infrastructuur en de economie van Brabant. Bij het implementeren van de Vogel- en Habitatrichtlijn heeft het ministerie van LNV, dat gaat over Natura 2000, samen met Staatsbosbeheer en Natuurmonumenten veel meer gebieden aangewezen dan de Europese Commissie vroeg en gebieden aangewezen op oneigenlijke gronden.  De PVV wil dat dit college bij de minister aandringt de aanwijzing van de Brabantse Natura 2000-gebieden te schrappen. Maar wat nog sneller kan, is het verwijderen van de provinciale en nationale 'koppen' bovenop de verplichtingen onder de EU-natuurwetgeving.

Verder is de PVV Noord-Brabant van mening dat het beweiden van de schraalgronden een veel effectievere methode is om vergrassing tegen te gaan in plaats van stikstof reductie in de landbouw.

Daarom de volgende vragen:

1. Deelt GS de mening van de PVV dat het vergrassen van schraalgronden zoals heide een natuurlijk proces is dat uiteindelijk leidt tot een overgang naar bos? Zo nee, waarom niet?
2. Vroeger gebeurde het vergrassen van schraalgronden zoals heide langzamer of niet doordat er duizenden schapen liepen in die gebieden, die voornamelijk het gras opaten. Er werd dus actief en intensief verschraald, maar dat gebeurt nu door terreinbeherende organisaties op een minder intensieve manier. Deelt GS de mening dat het vergrassen dan ook voornamelijk met ander terreinbeheer te maken heeft en niet met een overmaat aan stikstof? Zo nee, waarom niet?
3. Deel GS de mening van de PVV dat de schraalgebieden beheren met kudde grazers, zoals schapen, een effectievere en goedkopere methode is om vergrassing tegen te gaan dan de stikstofdepositie te verlagen? Zo nee, waarom niet?
4. Nico Gerrits, voormalig adviseur van bureau INCAconsult, stelt dat er in Nederland in gebieden habitattypen met een goede natuurkwaliteit niet zijn geselecteerd en in gebieden met een slechtere natuurkwaliteit wel.[1] Een voorbeeld is het habitattype Veenbossen (code H91D0) in het Wooldse Veen (GD). Dit gebied is aangemeld als een van de belangrijkste gebieden in Nederland voor dit habitattype, waarbij de kwaliteit van het veenbos in 2004 als ‘matig tot slechte kwaliteit van instandhouding’ werd geclassificeerd. Terwijl een gebied als de Weerribben juist kwalitatief goede veenbossen heeft en niet tot de vijf belangrijkste gebieden voor dit natuurdoeltype werd geselecteerd.
Zijn er in Brabant vergelijkbare gevallen waarbij habitattypen in gebieden met een goede natuurkwaliteit niet zijn geselecteerd en in gebieden met een slechtere natuurkwaliteit wel?
5. Kan GS aangeven of er door middel van updates na 2004 doelstellingen van de Brabantse natura 2000 gebieden zijn gewijzigd, geschrapt of toegevoegd? Zo nee, waarom niet? Zo ja, kan GS dit aangeven per gebied?
6. Deelt GS de mening van de PVV dat als er fouten zijn gemaakt bij de aanmelding of bij de aanwijzing en/of selectie van het natuurdoeltype behorend bij een Natura 2000 gebieden, de aanwijzing teruggedraaid moet worden? Zo nee, waarom niet?
7. Deelt GS de mening van de PVV dat Nederland meer Natura 2000 gebieden heeft aanwezen dan strikt noodzakelijk is? Zo nee, waarom niet?
8. Uit een rapport van het gerenommeerde onderzoeksbureau IQuatro[2] blijkt dat Nederland veel meer nationale koppen heeft geplaatst bovenop de Brusselse Natura2000 aanwijzingen dan strikt noodzakelijk is.
Is dit ook van toepassing op de Brabantse Natura 2000 gebieden? Zo ja, welke gebieden en welke bijbehorende natuurdoelen zijn toegevoegd die niet strikt noodzakelijk zijn?
9. Deelt GS de mening van de PVV dat er een onafhankelijk onderzoekscommissie moet komen die nagaat hoe de Natura 2000-gebieden, en de doelen die daar uit voort vloeien, tot stand zijn gekomen? Zo nee, waarom niet?
10. Deel dit college de mening van de PVV dat er niet meer nationale koppen bovenop de Brusselse Natura2000 aanwijzingen geplaatst moeten worden dan strikt noodzakelijk? Zo nee, waarom niet?
11. Deelt GS de mening dat de ambities rondom de instandhoudingsdoelstellingen voor de Natura 2000 gebieden die na de aanwijzing aan zijn toegevoegd -zoals ambities van terrein beherende organisaties- geschrapt kunnen worden door de minister zonder dat er in Brussel aangeklopt moet worden? Zo nee, waarom niet?
12. Zijn er in Brabant diersoorten die zijn opgenomen in een aantals-criterium voor een Natura 2000 gebied die al meer dan 5 jaar daar niet zijn waargenomen? Zo ja, welke diersoorten en in welk Natura 2000 gebied?
13. Zijn er in Brabant diersoorten die zijn opgenomen in een aantals-criterium voor een Natura 2000 gebied die al meer dan 10 jaar daar niet zijn waargenomen? Zo ja, welke diersoorten en in welk Natura 2000 gebied?
14. Deelt GS de mening van de PVV dat als diersoorten in een natura 2000 gebied waarvoor een aantals-criterium is opgenomen al meer dan 10 jaar niet in Natura 2000 gebied zijn waargenomen dit aantals-criterium geschrapt mag worden? Zo nee, waarom niet? En na hoeveel jaar eventueel wel?
15. Deelt GS de mening van de PVV dat het herijken van de doelstellingen per Natura 2000 gebied ervoor kan zorgen dat de aanwijzing van Natura 2000 ingetrokken kan worden? Zo nee, waarom niet?
16. Artikel 6.3 van de Habitatrichtlijn beperkt zich tot de 'natuurlijke kenmerken' van een gebied. Dat zijn niet alle aanwezige Natura 2000-habitattypen en soorten zoals Nederland nu doet voorkomen, maar de habitattypen en soorten waarvoor een gebied belangrijk is. Deelt dit college de mening van de PVV dat de doelstellingen aangepast en de selectie van te beschermen Natura 2000-habitattypen en soorten binnen een gebied aangepast moeten worden? Zo nee, waarom niet?
17. In het eerder aangehaalde artikel van Vee & Gewas staat het volgende: “In artikel 6.3 van de Habitatrichtlijn staat dat er een passende beoordeling nodig is voor activiteiten die invloed hebben op de Natura 2000 gebieden. Nederland eist een passende beoordeling voor iedere postzegel aan natuur, zelfs als het een omvang heeft van 0,02 hectare. Dat staat niet in verhouding tot het stikstofprobleem dat nu de maatschappij treft. En het hoeft ook niet. Sterker nog, er ligt een uitspraak over het toepassingsbereik van de passende beoordeling door het Europees Hof van Justitie. Die beperkt het toetsingskader tot de habitattypen en soorten waarvoor de gebieden zijn geselecteerd. Dat is de uitleg van het begrip natuurlijke kenmerken van het gebied. Die uitspraak heeft de overheid naast zich neergelegd. Het ministerie doet net alsof er geen uitspraak is. En dat is gek, want toen datzelfde Europees Hof zich uitsprak over de Programmatische Aanpak Stikstof legde de overheid dat niet naast zich neer. Het ministerie van LNV is dus selectief in het opvolgen van de uitspraken van het Europees hof. Wanneer de minister de eerste uitspraak net zo serieus neemt als de tweede, dan zijn er voor veel projecten geen passende beoordelingen meer nodig en kunnen vergunningen makkelijker worden verleend.”
Deelt GS deze observatie? Zo nee, waarom niet?
18. In de brief[3] van bomenstichting staat geschreven: ”Het omvormen van bos voor PAS (Programma Aanpak Stikstof) en/of doelsoorten gaat mogelijk ten koste van veel andere soorten die tot voorheen in een bepaald gebied leefden. Daarnaast gaan ook nog eens talloze insecten en larven die in de bast en bosbodem leven, in de shredder.”
Deelt dit college deze constatering? Zo Ja/nee, waarom (niet)?
19. Deelt GS de mening van de PVV dat er binnen Natura 2000 te veel bos is omgezet in kwetsbare natuur? Zo nee, waarom niet? Zo ja, voor welke Natura 2000 gebieden gaat dit op?
20. In de brief van bomenstichting staat verder: ” Verder heeft bos de grootse biodiversiteit. En in tegenstelling tot wat de menig natuurbeheerder nog steeds volhoudt is het beter volledig loofbos te hebben of volledig naaldbos. Dit brengt de hoogste biodiversiteit. Gemengd bos is geen vis, geen vlees, je zult hier slechts alleen maar veel algemene soorten vinden.” Deelt dit college deze constatering? Zo Ja/nee, waarom (niet)?

Namens de PVV Noord-Brabant,

Maikel Boon

[1] https://www.vee-en-gewas.nl/artikel/223720-politieke-agenda-zit-oplossing-stikstof-dwars/ 

[2] https://www.pvvoverijssel.nl/images/stories/IQuatro/IQuatro%202012-17%20final%2030-11-2012.pdf 

[3] https://www.zeeland.nl/sites/zl-zeeland/files/brief_bomenstichting_over_behoud_bomen_bossen_en_klimaat_met_bijlage_geredigeerd_-_19011067.pdf