Statenvragen n.a.v. statenmededeling XXL dstributiecentra

Geacht college,

U stuurde Provinciale Staten d.d. 3 november een statenmededeling over het provinciaal beleid en regionale samenwerking bij xxl-logistiek.

De PVV heeft daarover de volgende schriftelijke vragen:

1. De kernboodschap van het document[1] luidt: "De provincie voert een selectief beleid als het gaat om de locaties waar (X)XL-logistiekzich kan vestigen. In regionale afspraken zijn een beperkt aantal locaties vastgelegd waar de uitbreiding of vestiging van nieuwe (X)XL-logistiek mogelijk zal zijn
(clusteringsbeleid)."

a. Om welke vastgelegde locaties gaat het exact?

b. Welke definitie hanteert het college t.a.v. het begrip 'selectief'?

2. Volgens de notitie komt volgens het college de uitwerking en verankering van selectief beleid neer op 3 zaken, waaronder "Aanscherping regionale afspraken t.a.v. (X)XL Logistiek."

a. Wat omvat deze 'aanscherping' concreet?

b. Welke regionale afspraken betreft het precies die zijn aangescherpt?

c. Concreet hoe ziet de 'aanscherping' uit?

3. Al in 2016 is op initiatief van de provincie een bovenregionaal afstemmingstraject gestart met alle logistieke gemeenten in Brabant, MCA Brabant en andere (logistieke) experts (o.a. Logistieke Agenda Brabant, Stec Groep en Hekkelman Advocaten).

a. Wie of wat is "Logistieke Agenda Brabant"?

b. Welke rol speelt Hekkelman Advocaten precies?

c. Graag ontvangt de PVV álle documenten vanaf de start in 2016 van het genoemde bovenregionaal afstemmingstraject, inclusief alle communicatie en correspondentie, verslagen notitie etc etc.

4. "Aanleiding hiervoor was de forse geprognosticeerde ruimtevraag naar (zeer)
grootschalige logistiek en de nog grotere planomvang die in voorbereiding was bij
logistieke gemeenten."

a. Graag ontvangt de PVV álle documenten inclusief concepten, afstemming, communicatie, correspondentie, onderliggende rapporten etc. etc. omtrent deze geprognosticeerde ruimtevraag.

5. "Resultaat van de bovenregionale afstemming was overeenstemming over een beperkt aantal locaties waar de uitbreidingsvraag van (X)XL-logistiek in Brabant geaccommodeerd kan worden (clusteringsbeleid). Bovendien is afgesproken om deze locaties vraaggericht te gaan ontwikkelen."

a. Exact wanneer zijn de afspraken over de locaties tot stand gekomen?

b. Exact in welke planfasen bevonden zich op dat moment van die afspraken alle van de in de notitie genoemde 8 plannen?

c. Welke definitie hanteert het college voor het begrip 'vraaggericht ontwikkelen'?

d. Op basis van welke criteria is er groen licht voor ontwikkelen?

e. Op welke wijze stelt het college vast dat er sprake is van 'vraag'?

f. Welke exacte afspraken zijn gemaakt over 'het principe dat deze locaties vraaggericht ontwikkeld gaan worden'?

6. "Hierbij gaat het veelal om uitbreidingen van bestaande bedrijventerreinen, waarbij een vraaggerichte ontwikkeling goed mogelijk is", stelt het college t.a.v. de locaties. Bij 3 van de 8 planlocaties is echter sprake van nieuwe locaties, waarvoor dan tevens natuur opgeofferd wordt.
Hierover stelt het college: "Uitzondering zijn een beperkt aantal greenfieldontwikkelingen (LPM, Wijkevoort en Heesch-West), waarbij voor de uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan een zekere plancapaciteit nodig is. Deze locaties worden (daarna) ook vraaggericht doorontwikkeld. Voor de ontwikkeling van de genoemde locaties zijn soms ook nog specifieke(re) afspraken gemaakt. Zo is voor LPM afgesproken dat deze locatie ontwikkeld wordt voor VAL/VAS-bedrijven (Value Added Logistics/Services) groter dan 5 ha. Diverse andere terreinen worden niet alleen ontwikkeld voor logistiek, maar ook voor (maak)industrie."

a. Kan het college uitleggen waarom de uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan een zekere plancapaciteit vergt? Graag heldere en ter zake toelichting.

b. Kan het college de exacte criteria geven van de definiëring van 'vraaggericht' en 'aanbodgericht' die het college hanteert?

c. Kan het college duidelijk maken op basis van welke van die criteria de 8 grootschalige trajecten al dan niet (initieel en/of in een latere fase van (door)ontwikkeling) onder het overeengekomen beleid van vraaggericht ontwikkelen vallen?

d. Is het college net als de PVV van mening dat indien 3 van de 8 grootschalige trajecten in beginsel niet vraaggericht worden ontwikkeld, 'vraaggerichte programmering' daarmee een wassen neus is? Zo nee, waarom niet?

Namens de PVV Noord-Brabant,

Patricia van der Kammen

[1] https://www.brabant.nl/bestuur/provinciale-staten/statenstukken/av/20201116/download?qvi=1614198