Tweede serie schriftelijke vervolgvragen beoogde verkoop NV MBB

Geacht college,

Gedateerd 19 augustus 2025 ontvingen wij uw reactie op onze vervolgstatenvragen d.d. 3 juni 2025 over de beoogde verkoop van de NV Monumenten Beheer Brabant (MBB).

De beantwoording leidt -wederom- tot een de nodige vervolgvragen. JA21Brabant en PVV Noord-Brabant hebben dan ook de volgende vragen aan het college:

1. Het college spreekt over een reactie van een gegadigde die zou zijn ontvangen op 10 maart 2025, naar aanleiding van de publicatie over de voorgenomen verkoop aan BOEi van de NV MBB in het provinciaal blad. Volgens het college zou de provincie een ambtelijk gesprek hebben gevoerd met de gegadigde, een partij[1] met belangstelling voor 100% van de aandelen.
a. Was het college net zo aangenaam verrast als vragenstellers met het feit dat zich, ondanks dat het college er zo stellig van overtuigd was dat er helemaal niemand anders dan BOEi geïnteresseerd zou zijn, een gegadigde meldde met belangstelling voor 100% van het aandelenpakket?
b. Zo nee, waarom niet?
c. Is het college net als vragenstellers ervan overtuigd dat een gegadigde die zich meldt voor de aankoop van 100% van het aandelenpakket een mooie kans voor de provincie is die serieuze aandacht verdient?
d. Zo nee, waarom niet?
e. Kan het college aangeven waarom deze gegadigde geen gesprek met bijvoorbeeld de gedeputeerde heeft gehad?

2. Wij vroegen het college "2. Wij verzochten het college om eventuele expertise- en/of taxatierapporten te mogen ontvangen van het college, waarop de reactie van het college luidde dat deze enkel onder geheimhouding ter inzage zouden zijn.
Kan het college uitputtend aangeven over welke documenten het college in dit kader beschikt, wat de aard van de geheimhouding exact is (per document of deel van document), wie deze wanneer heeft ingesteld, en wie deze wanneer kan opheffen?"

Graag ontvangen wij feitelijke antwoorden op de gestelde vragen: Kan het college uitputtend aangeven over welke documenten het college in dit kader beschikt, wat de aard van de geheimhouding exact is (per document of deel van document), wie deze wanneer heeft ingesteld, en wie deze wanneer kan opheffen?

3. Diverse vragen uit de statenvragenset van 2 juni 2025 zijn niet beantwoord, met als argument dat de betreffende informatie nog niet voorhanden was op dat moment.
a. Vraag 3b luidde "Wijken de balansgegevens ultimo 2024 wat betreft de waarde van de panden significant af van die van ultimo 2023? Zo ja, hoeveel en waarom?"
Wilt u vraag 3b alsnog beantwoorden?
b. Vraag 3c luidde "c. Wijken de balansgegevens 2023 en /of 2024 significant af van de expertise- en/of taxatierapporten? Zo ja, hoeveel en waarom?"
Wilt u vraag 3c alsnog beantwoorden?
c. Vraag 3d luidde "d. Kan het college de (voorlopige) jaarrekening 2024 van de NV MBB verstrekken? Zo nee, waarom niet? Bent u bereid de voorlopige cijfers van de NV MBB te vorderen, om zodoende aan uw informatieplicht richting de volksvertegenwoordiging te voldoen? Zo nee, waarom niet?"
Wilt u vraag 3d alsnog beantwoorden?

4. Inmiddels zijn diverse objecten uit de NV MBB portefeuille verkocht, waaronder ook Kasteel Maurick. Er was dus naast BOEi, voorkeurskandidaat van de diverse aandeelhouders, minimaal nog een gegadigde voor de hele portefeuille (Gegadigde 10/03), plus belangstelling voor individuele panden.
a. Is het college het met de vragenstellers eens dat de eerdere conclusie van het college dat er slechts één gegadigde zou zijn, dus zeer voorbarig en onjuist was?
b. Zo nee, waarom niet?

5.
a. Hebben zich gedurende of na de publicatie tot heden nog andere potentiële gegadigden (dan Gegadigde 10/03) gemeld met belangstelling voor de hele of een deel van de portefeuille?
b. Zo ja, hoeveel precies?
c. Zo ja, concreet voor welke objecten?
d. Wat heeft de provincie concreet met deze belangstelling gedaan?

6. In antwoord op vraag 8 meldt het college dat de aandeelhouders verkend hebben of er gegadigden zouden zijn om de aandelen als één pakket over te nemen.
a. Concreet welke activiteiten hebben plaatsgevonden m.b.t. deze 'verkenning'?
b. Hoeveel partijen zijn er daadwerkelijk benaderd?
c. Wat waren de reacties van deze partijen?
d. Kunt u deze reacties geanonimiseerd aanleveren? Zo nee, waarom niet?

7. Vraag 9c luidde "Kan het college ook een volledig inzicht geven in de constructies (eigendom, zeggenschap, huur, beheer, exploitatie, bijzondere contractuele bepalingen) bij de andere panden?" Het college heeft enkel gereflecteerd op de vraagstelling t.a.v. Kasteel Maurick, en niet t.a.v. de overige panden uit de NV MBB portefeuille. Graag ontvangen wij antwoord op de vraag.

8. Uit de beantwoording op vraag 10 bleek dat het college op de hoogte was van het eerste recht op koop van de huurders van Kasteel Maurick. Uit de beantwoording op de statenvragen blijkt dat ook op meerdere andere panden voorkeursrechten rusten.
a. Ondanks dat het college op de hoogte was van het eerste kooprecht van diverse panden uit de portefeuille van NV MBB, heeft het college willens en wetens ingezet op de constructie van verkoop ineens van de aandelen aan BOEi, met als argument dat niet te verwachten was dat er verdere belangstelling zou zijn. Vindt het college het getuigen van behoorlijk bestuur om op deze wijze om te gaan met geldende voorkeursrechten?
b. Indien ja, kan het college dat toelichten?
c. Zijn alle partijen die een voorkeursrecht genieten, ook daadwerkelijk actief benaderd en geïnformeerd, alvorens de package-deal met BOEi werd voorbereid?
d. Zo nee, waarom niet?
e. Bestonden er voor al die partijen met voorkeursrechten ook mogelijkheden om alle stukken in te zien en informatie op te vragen (financieel, onderhoud, staat van de panden, e.d.)?
f. Zo nee, waarom niet?

9. Op vraag 14 antwoordt het college " Om een monumentenportefeuille goed te laten presteren is een bepaalde minimale omvang belangrijk."
a. Kan het college duiden waarom zij hier het doel formuleert om een monumentenportefeuille goed te laten presteren?
b. Is het college het met vragenstellers eens dat niet de monumentenportefeuille, maar de monumenten zelf van belang zijn?
c. Zo nee, waarom niet?

10.
a. Is de NV MBB aanbestedingsplichtig?
b. Is BOEi aanbestedingsplichtig?

11. T.a.v. vraag 18 geeft het college aan dat de documenten van de aandeelhoudersvergaderingen geheim zouden zijn.
Kunt u per document dan wel per deel van het document aangeven wat exact de aard van de geheimhouding is, wie deze heeft opgelegd, wanneer dat is gebeurd, en wanneer deze door wie kan worden opgeheven?

12.
a. Wat is het resultaat van de bespreking(en) met de gegadigde (Gegadigde 10/03) die zich n.a.v. de publicatie heeft gemeld als belangstellende voor 100% van de aandelen?
b. Heeft deze gegadigde zijn belangstelling concreet gemaakt in een aanbod?
c. Op welke wijze heeft de provincie het betreffende aanbod van deze gegadigde exact beoordeeld?
d. Op welke wijze hebben de overige aandeelhouders een eventueel bod beoordeeld?
e. Kan het college de beoordeling delen met vraagstellers? Zo nee, waarom niet?

13. BOEi voert al acht jaar het management en beheer van de MBB. In die positie heeft BOEi een forse informatievoorsprong.
a. Kan het college onderbouwen waarom er volgens het college sprake zou zijn van een gelijk speelveld voor alle potentiële gegadigde(n)/belangstellenden ten opzichte van BOEi?
b. Hadden/hebben alle gegadigden toegang gekregen tot de financiële gegevens? Zo nee, waarom niet?
c. Hebben alle gegadigden/belangstellenden toegang gekregen tot overige stukken? Zo nee, waarom niet?
d. Hebben alle gegadigden/belangstelling toegang gekregen tot data over het onderliggende onroerend goed? Zo nee, waarom niet?
e. Hebben alle gegadigden/belangstellenden de mogelijkheid gehad tot bezichtiging/analyse van het onroerend goed door een expert? Zo nee, waarom niet?
f. Gold het beschikbaar stellen van de leningfaciliteit inclusief alle bijbehorende condities die met BOEi overeen zijn gekomen, ook voor alle andere potentiële gegadigden? Zo nee, waarom niet?

14.
a. Wat voor soort bespreking (delen van informatie, verkennend gesprek, onderhandeling etc.) heeft plaatsgevonden met andere gegadigden voordat “neen” werd gecommuniceerd?
b. Wie heeft uiteindelijk tot “neen“ besloten?
c. Was het management van MBB betrokken bij de onderhandelingen dan wel de besluitvorming over het wel of niet gunnen aan andere gegadigden?
d. Was het management van BOEi op enigerlei wijze betrokken bij onder c genoemde handelingen?
e. Zo ja, welke precies?

15. Kan het college uiteen zetten hoe het management van MBB, al acht jaar belegd bij BOEi, exact betrokken was bij de voorbereiding van het verkoopproces aan BOEi?
Wilt u daarbij tevens specifiek ingaan op de aspecten: toegang tot de stukken, het formuleren van het Statenvoorstel, het formuleren van de wensen die voor een potentiële gegadigde zouden gelden, het formuleren van de wens MBB “als een geheel” te verkopen, en het aanbieden van een leningfaciliteit?

16. In de beantwoording op onze eerste set vragen[2] wordt bij 7b gesteld: “Bij de publieke taak van BOEi hoort een beperkte rendementsdoelstelling om haar eigen continuïteit te waarborgen”.
a. Wat wordt hier concreet bedoeld met 'de publieke taak'?
b. In welk kader heeft BOEi precies een publieke taak?
c. Wat is hiervan de concrete wettelijke grondslag?

Patricia van der Kammen, PVV Noord-Brabant
Willem Rutjens, JA21Brabant

[1] Omwille van de leesbaarheid refereren wij in het vervolg van de vragenset aan deze gegadigde als 'Gegadigde 10/03'

[2] https://noordbrabant.bestuurlijkeinformatie.nl/Reports/Document/2223a5f0-8733-4a6c-8c20-e64f3ca7ed4b?documentId=54d9dbfb-b304-4262-a3ec-81dba074d9e4