Statenvragen Geheimhouding bij verkoop natuurgronden

Geacht college,

De PVV hecht groot belang aan maximale transparantie van de overheid, liefst door actieve openbaarmaking van bestuurlijke documenten maar ook de WOO kan hierbij een belangrijk instrument zijn. Onze fractie is dan ook ontstemd over het volgende bericht uit de lijst van openbare besluiten van GS van 24 maart jl.[1]: ‘In een Woo-besluit van10 februari 2025 zijn beheerplannen van twee professionele partijen over de verkoop van 16 clusters natuurgronden niet openbaar gemaakt. Tegen dit besluit is bezwaar gemaakt bij de hoor- en adviescommissie (HAC). Op verzoek van de provincie heeft ook het kantoor van de landsadvocaat naar de casus gekeken. Die oordeelt, in tegenstelling tot de HAC, dat de stukken niet openbaar gemaakt hoeven worden omdat ze bedrijfsgevoelige informatie van private partijen en een aantal persoonlijke beleidsopvattingen bevatten. Gedeputeerde Staten (GS) volgen het advies van het kantoor van de landsadvocaat op.’

Het besluit van het college om heel bewust het advies van de eigen hoor- en adviescommissie (HAC) te negeren, en in plaats daarvan het advies van de landsadvocaat te volgen, roept bij ons de volgende vragen op:

1. Waarom legt het college het advies van de onafhankelijke HAC naast zich neer en volgt zij in plaats daarvan het advies van de landsadvocaat? Graag een duidelijk beargumenteerde motivatie.

2. Is het college van mening dat het oordeel van de landsadvocaat zwaarder weegt dan dat van de HAC? Zo ja, kunt u dit exact motiveren?

3. De indruk die zou kunnen ontstaan is dat de provincie zich schuldig maakt aan een vorm van “advies-shoppen”, totdat het gewenste resultaat (geheimhouding) wordt bereikt. Zou het college daar eens kritisch op kunnen reflecteren?

4. Welke concrete bedrijfsgevoelige informatie en “persoonlijke beleidsopvattingen” zouden volgens de landsadvocaat openbaarmaking onmogelijk maken? Kan het college dit gedetailleerd toelichten, zodat PS kan beoordelen of hier werkelijk sprake is van een gerechtvaardigd belang?

5. Hoeveel heeft de inschakeling van de landsadvocaat in deze zaak de provincie gekost en vindt het college dit een verantwoorde uitgave, zeker nu de HAC al een helder advies had gegeven?

6. Is het college het met de PVV eens dat de verkoop van provinciale natuurgronden een zaak is van publiek belang?
a. Zo nee, waarom niet?
b. Zo ja, waarom kiest het college er dan toch voor om juist díé stukken niet openbaar te maken die inzicht geven in de voorwaarden, prijzen en toekomstige bestemming van de 16 clusters natuurgronden?

7. Is het college, gezien al het bovenstaande, bereid de beheerplannen alsnog openbaar te maken, dan wel een geanonimiseerde versie daarvan aan de Staten en de Brabantse burger ter beschikking te stellen? Zo nee, waarom niet?

Namens de PVV Noord-Brabant,
Patricia van der Kammen

[1] https://www.brabant.nl/publish/pages/19053/20260324_obl_activiteiten.pdf