Statenvragen Ontwikkelingen Brabant Outcomes Fund

Geacht college,

Volgens een statenmededeling over de tweede ronde van het Brabant Outcomes Fund (BOF) is het college voornemens om het BOF onder te brengen bij het Amerikaanse impactfonds Stichting Draper Richards Kaplan (DRK). Volgens het college omdat noch de provincie zelf, noch de Brabantse Ontwikkelings Maatschappij (BOM) zogenaamd over de juiste expertise zou beschikken. De middelen die DRK voor de uitvoering van het BOF ter beschikking krijgt worden grotendeels als begrotingssubsidie ter beschikking gesteld.

De PVV heeft hierover de volgende vragen:

1. Volgens een statenmededeling[1] over de tweede ronde van het Brabant Outcomes Fund (BOF) is het college voornemens om het BOF onder te brengen bij het Amerikaanse impactfonds Stichting Draper Richards Kaplan (DRK). Volgens het college omdat noch de provincie zelf, noch de Brabantse Ontwikkelings Maatschappij (BOM) zogenaamd over de juiste expertise zou beschikken. De middelen die DRK voor de uitvoering van het BOF ter beschikking krijgt worden grotendeels als begrotingssubsidie ter beschikking gesteld.
Het college stelt: ‘Sociale impactondernemers zijn een belangrijke factor als het gaat om het creëren en benutten van kansen rondom brede welvaart.’
a. Is het college het met de PVV eens dat, in het kader van echte (brede) welvaart, de middelen beter ingezet kunnen worden op zaken waar de burger echt iets aan heeft, zoals zorg?
b. Zo nee, waarom niet?

2. Op pagina 1 is het volgende te lezen: ‘Om in Brabant meer burgers te laten profiteren van de oplossingen van deze ondernemers kan de provincie een belangrijke rol spelen door te investeren in organisaties die naar verwachting sociale impact op grote schaal kunnen maken.’.
a. Kan het college uitleggen hoe de Brabantse burgers hier concreet van profiteren?
b. Concreet hoeveel burgers merken een daadwerkelijk verschil door de aanwezigheid van 'sociale ondernemers'?
c. Kan het college uitleggen wat deze impactondernemers concreet doen?

3. Op p2 stelt het college als argument voor de noodzaak van het BOF dat er sprake zou zijn van een ‘groeiende brede welvaartskloof’.
a. Is het college het met de PVV eens dat het verlagen van belastingen, bijvoorbeeld door het verlagen van de provinciale opcenten of het stoppen met allerlei bovenwettelijk beleid, veel meer doet voor het dichten van de groeiende brede welvaartskloof dan het continueren van het BOF? b. Zo nee, waarom niet?
3. De groeiende brede welvaartskloof wordt door het college ook gekoppeld aan het toenemen van mentale klachten en eenzaamheid. Het grote probleem betreft hier echter de veel te lange wachtlijsten.
a. Is het college net als de PVV van mening dat door minder beleidsdrukte van de overheid, er middelen vrijgemaakt kunnen worden om daadwerkelijk in te zetten op zorg?
b. Zo nee, waarom niet?
c. Concreet wat voegt de continue beleidsgroei van de provincie toe aan het welzijn van de burgers
d. Is het college het met de PVV eens dat het maar continu geld storten in fancy projecten vooral projectleiders, adviseurs en meer en meer ambtenareninzet kost?
e. Zo nee, waarom niet?

4. Ook wordt in dit kader gesproken over ‘het versterken van de sociale basis’.
a. Is het college het met de PVV eens dat het versterken van de basis wordt bereikt met goede basale voorzieningen en niet met het continueren van het BOF?
b. Zo nee, waarom niet?

5. Is het college het met de PVV eens dat ‘de onzekerheid die gepaard gaat met de transitie in de landbouw’ grotendeels door de provincie zelf wordt veroorzaakt? Zo nee, waarom niet?

6. Op p3 stelt het college: ‘Recente inzichten versterken het beeld dat sociale impactondernemers een financierings- en ondersteuningsbehoefte hebben waarbij een belangrijke rol voor de provincie is weggelegd’.
a. Is het college het met de PVV eens dat deze ondernemers ook andere vormen van financiering zouden kunnen vinden, zoals de bank, crowdfunding of filantropie, in plaats van meteen te spreken over een belangrijke rol voor de overheid?
b. Zo nee, waarom niet?

7. ‘Ondernemers ervaren een structureel gebrek aan politieke steun, versnippering en beperkte toegang tot passende financiering en markten’.
a. Kan het college beargumenteerd uiteenzetten waarom sociale impactondernemers meer dan gewone ondernemers structurele politieke steun en toegang tot passende financiering nodig hebben?
b. Is het college net als de PVV van mening dat als hardwerkende ondernemers die niet over het hippe 'sociale onderneming'-label beschikken, zoals onze MKB-ers, onze eigen ondernemers, boeren etc, op politieke steun en sympathie zouden kunnen rekenen, we dan helemaal geen 'sociale' ondernemingen nodig zouden hebben?
c. Kan het college concreet duiden wat de criteria zijn om een organisatie het label 'sociale onderneming' te geven?

8. Als voorbeeld van een Brabantse impactondernemer wordt Join Us genoemd.
a. Join Us zet in op preventieve mentale gezondheidszorg. Is het college het met de PVV eens dat als de provincie echt wil inzetten op preventieve mentale gezondheidszorg er beter gezorgd kan worden dat er voor ónze jongeren een goede bestaansbasis bestaat, zoals een betaalbare woning in een fijne leefomgeving?
b. Zo nee, waarom niet?
c. Is het college het met de PVV eens dat Join Us, als ‘erkend bewezen effectieve interventie’ voor fondsen veel beter bij de zorgverzekeraars kan aankloppen?
d. Zo nee, waarom niet?

9. Een andere voorbeeld van GS van een impactondernemer is Maak Rimpels.
a. Is het college het met de PVV eens de activiteiten van Maak Rimpels ondervangen (kunnen) worden door buurthuizen en bibliotheken, en dat gemeenten dit dus veel beter kunnen organiseren dan een overbodige 'sociale onderneming'?
b. Zo nee, waarom niet?

10. Is het college het met de PVV eens dat de provincie, in plaats van de inzet via het BOF op allerlei peperdure projecten met hoge overhead kosten, veel beter kan inzetten op het degelijk uitvoeren van de provinciale kerntaken zoals oplossen van fileleed, goede bedrijventerreinen, zekerheid voor boeren, goede bedrijventerreinen? Zo nee, waarom niet?

11. Op p5 staat: ‘Lessen uit de praktijk en onderzoek laten zien dat de middelen van het BOF bij een fonds dienen te worden ondergebracht’.
a. Welke lessen bedoelt het college precies?
b. Welk onderzoek bedoelt het college precies?
c. Ook wordt gesteld dat dit beherende fonds ‘intensieve begeleiding’ kan bieden. Is het college het met de PVV eens dat goede organisaties geen peperdure intensieve begeleiding nodig hebben?
d. Zo nee, waarom niet?
e. Waarom zouden de 'sociale ondernemingen' niet gewoon zelf hun weg in de markt kunnen vinden?

12. Op p6 valt te lezen dat DRK, aldus het college, het enige al bestaande fonds in Nederland is dat voldoet aan de gestelde kernmerken.
a. Kan het college concreet aangeven welke andere fondsen met DRK zijn vergeleken en daarbij onderbouwd aangeven hoe deze fondsen op de vier gestelde kenmerken hebben gescoord?
b. Kan het college aangeven hoeveel middelen er exact via de begrotingssubsidie naar DRK gaan? Eventueel uitgesplitst naar totale middelen en/of jaarlijkse middelen.
c. Wat doet DRK concreet voor de 123.000 euro begeleidingskosten per jaar?

13. Wie zaten er exact in de “brede expertisegroep” die zich heeft verdiept in de veronderstelde noodzaak van begeleiding voor sociale impactbedrijven?

14. ‘Circa 10% betreft het organiseren van bijeenkomsten voor alumni en portfolio organisaties’. Met welk doel worden er bijeenkomsten georganiseerd?

15. ‘Met de inzet van deze middelen wordt een extra, systeem doorbrekende, stap gezet. Dit deel van de provinciale investering ad € 2.500.000 is geheel revolverend en zal na zeven jaar weer terugvloeien naar de algemene middelen van de provincie’.
a. Concreet hoeveel middelen zijn er vanaf de start ingezet of gevoteerd voor het BOF?
b. Concreet hoeveel middelen wil GS nog extra inzetten?
c. Betreft de genoemde 2,5 m€ andere middelen dan de 4,5 mln subsidie die DRK wil aanvragen?
d. Is er al een subsidieaanvraag ingediend? Zo ja kan PS die ontvangen?
e. Waar in de begroting hebben PS precies ingestemd met de begrotingssubsidie voor DRK?

16.
Tot nu toe werd er in het kader van het BOF 834k€ aan projecten besteed, en meer dan een miljoen werd besteed aan marktverkenningen, marktonderzoek, haalbaarheidsonderzoek, valideren businesscase, begeleiding fondsmanager, inhuur projectleiders, evaluatie, verkenning doorstart, uitwerking voorkeursscenario, verdieping marktverkenning.
a. Hoe kijkt het college aan tegen de verhouding tussen middelen naar resultaatprojecten en middelen voor al deze 'overhead'?
b. Vindt het college het doelmatig als er zoveel geld weglekt aan het maar koste wat koste proberen te legitimeren van het BOF?

17. Is het college, gezien al het bovenstaande, het met de PVV eens dat er maar één goede oplossing is, te weten de stekker uit het BOF? Zo nee, waarom niet?


Namens de PVV Noord-Brabant,
Patricia van der Kammen
Boy Sluiters

 

[1] https://noordbrabant.bestuurlijkeinformatie.nl/Agenda/Document/c2cb8b95-6e0e-4fff-8994-4110949693e8?documentId=31a9c338-5832-4dbe-9d43-f70ab0c1be56&agendaItemId=fd51ad17-b219-46ac-ac05-c4ac6dcec6d9