Voorzitter, het zorgvuldig borgen van de veiligheid en gezondheid in onze leefomgeving middels het omgevingsrecht is een belangrijke overheidstaak, waar middels vergunningverlening, toezicht en handhaving (VTH) in het omgevingsrecht vorm aan wordt gegeven. Deze taak moet niet alleen zorgvuldig, maar ook efficiënt worden uitgevoerd: iedere euro kun je immers maar één keer uitgeven.

Wat de PVV betreft wordt bij het uitgeven van de beschikbare middelen de prioriteit gelegd bij de uitvoering van de landelijke basistaken en daarnaast in het kader van handhaving bij Samen Sterk in Brabant, om ons in te zetten voor een veilig en schoon buitengebied. Een investering in veiligheid die zichzelf terugverdient door te bestrijden dat criminelen grote maatschappelijke schade kunnen aanrichten met drugsafvaldumpingen en andere – letterlijk – smerige streken.

Naast deze onderdelen zitten in het VTH-beleid helaas ook enkele elementen verwerkt waar de PVV minder enthousiast over is, integendeel. Deze komen niet in het Statenvoorstel zelf duidelijk naar voren, dit Statenvoorstel is op zichzelf erg financieel-technisch van karakter. Uit de Statenmededeling van 21 maart jl. komt echter naar voren dat het VTH-beleid twee zaken bevat die er middels bestuursopdracht bij de Perspectiefnota 2016 ingebracht zijn: “In het Uitvoeringsprogramma Energie 2016-2019 is VTH opgenomen als één van de instrumenten voor het bereiken van de energiedoelen” en het instrument VTH “wordt ingezet in het programma Agrofood” voor de “Versnelling transitie naar duurzame veehouderij”. Dit betekent dus dat zowel de belastinggeldverspillende klimaatwaanzinmaatregelen van het Energie-akkoord als alle dwangmaatregelen die dit college wil inzetten om de veehouderijsector kapot te maken worden afgedwongen via dit VTH-beleid.

En daar zitten financiële consequenties aan verbonden: zoals in de pijlfiguur in de Statenmededeling duidelijk te zien is, is voor zowel het Energie-akkoord als de Zorgvuldige veehouderij extra VTH-inzet nodig. Ook in de analyse is dit duidelijk terug te lezen, zoals het citaat over de veehouderij (p. 8): “In deze verordening zijn verbodsbepalingen opgenomen die zien op het gebruik van (vee)stallen die ouder zijn dan 15 jaar. Dit verbod leidt tot een hogere inzet van toezicht en handhaving. Daarnaast wordt rekening gehouden met een toename van verzoeken tot toepassing van de hardheidsclausule en met een toename van het aantal juridische procedures. (..) Dit leidt tot extra activiteiten van ruim € 1,8 miljoen voor de periode 2017 tot en met 2020.” De vraag is in hoeverre de gevraagde financiële inzet nodig zou zijn geweest zónder deze maatregelen.

Een ander punt wat opvalt in de analyse is het niet realiseren van de inverdieneffecten die zijn afgesproken bij de oprichting van de omgevingsdiensten. Gesteld wordt dat als voordelen al gerealiseerd worden, deze niet terecht komen bij de eigenaren, maar: “In plaats daarvan werd door de besturen van de omgevingsdiensten besloten tot het verstevigen van het weerstandsvermogen of tot het versterken van de organisatie (het op orde krijgen van de bedrijfsvoering). De individuele deelnemers van de omgevingsdiensten dienen deze besluitvorming, hoe ongemakkelijk dan ook, te respecteren.” GS laat de besturen van de omgevingsdiensten zo nogal makkelijk achterover leunen, zeker door nu weer structurele middelen voor de VTH-taken in het vooruitzicht te stellen en de inverdieneffecten af te serveren. En dat terwijl de staatssecretaris bij de parlementaire behandeling van de Wet verbetering VTH nog expliciet aangaf dat deze inverdieneffecten nog steeds het uitgangspunt zijn omdat op termijn voordelen worden behaald door schaalvergroting en lagere overhead. Dus waarom neemt GS deze inverdieneffecten nu dan niet meer als uitgangspunt?

Voorzitter, de argumenten over indexeren en verdringingseffecten uit het Statenvoorstel ten spijt: de tekorten lijken voor een belangrijk deel consequenties te zijn van de extra inzet voor de veehouderijmaatregelen en het Energie-akkoord. Wat de PVV betreft gaan we géén middelen inzetten om die ellende te faciliteren.