Drinkwaterbedrijf Brabant Water geeft jaarlijks een vast percentage van haar winst (voor een bedrag van 1 miljoen euro) uit aan zogenaamde 'duurzaamheidsprojecten' zoals klimaatprojecten, obesitasbestrijding en buitenlandse ontwikkelingshulp. Op die manier worden de klanten van Brabant Water gedwongen om via hun waterfactuur hieraan mee te betalen – bij een ander bedrijf dan deze monopolist kunnen zij voor hun water immers niet terecht. Deze duurzaamheidsdoelen zijn mede op verzoek van de provincie Noord-Brabant in het beleid van Brabant Water opgenomen. De provincie is voor 31,5 procent aandeelhouder van Brabant Water en heeft daarom een belangrijke stem in de aandeelhoudersvergadering.
De PVV Noord-Brabant vindt dergelijk duurzaamheidsbeleid geen taak van een drinkwaterbedrijf. De belastingbetalende burger betaalt al genoeg mee voor duurzaamheidsprojecten via de verantwoordelijke ministeries en het is absurd om hen via de waterfactuur ook nog met collectieve dwang te verplichten hiervoor extra te betalen. Op 24 juni a.s. zal de jaarlijkse aandeelhoudersvergadering van Brabant Water plaatsvinden, hierbij is de provincie vertegenwoordigd door Gedeputeerde Iding. De PVV wil dat de provincie op deze aandeelhoudersvergadering bepleit om te stoppen met deze duurzaamheidsdoelen en in plaats daarvan dit deel van de winst inzet om de tarieven verder te verlagen. Hiertoe stelt de PVV Statenvragen en wil dit onderwerp tijdens de commissievergadering Ecologie en Handhaving van 17 juni a.s. bespreken.
Bijgaand de Statenvragen.
De Statenfractie PVV Noord-Brabant heeft Statenvragen gesteld over de mogelijke druk die EU-voorzitter Barroso zou willen uitoefenen op Nederland om de heropening van de IJzeren Rijn goederenspoorweg door te drukken. De PVV Noord-Brabant is van mening dat heropening niet in het belang van Brabant is en slecht is voor de leefbaarheid van het dorp Budel-Schoot. PVV-Statenlid Alexander van Hattem verzoekt daarom GS aan de Europese Commissie te kennen te geven geen behoefte te hebben aan deze Europese bemoeizucht. Onderstaand de vragen:
Geacht college,
Onze provincie is met haar ligging aan de grote rivieren Maas en Merwede bekend met de mogelijke risico’s van hoge waterstanden. De kritieke situatie in januari 1995 staat bij velen nog in het geheugen gegrift. Minder scherp voor de geest zal het feit staan dat destijds in de jaren daaraan voorafgaand geen noodzakelijke onderhoudsmaatregelen aan de rivierdijken konden worden gepleegd door procedures van de milieubeweging. Terwijl de dijken op springen stonden verklaarde de Stichting Natuur en Milieu zelfs nog geen reden te zien om de procedures stop te zetten.[1] Voor de rijkelijk gesubsidieerde idealen van de milieuridders mochten zelfs mensenlevens op het spel worden gezet.