Statenvragen Provinciale lening voor ontwikkeling van windmolen De Roover in het kader van het project Windenergie A16
Geacht college,
In een statenmededeling dd. 23 januari jl.[1] maakt het college kenbaar dat het voornemens is om via het provinciaal Ontwikkelbedrijf een lening te verstrekken voor de ontwikkeling van windmolen De Roover in het kader van het project Windenergie A16. Het betreft een “excentrisch gelegen windmolen”, van “een afwijkend type”. Dat wil zeggen: het is lagere turbine met een lager rendement, maar relatief duur in aanschaf. De windmolen kent een dergelijke business case dat banken deze niet willen financieren, vandaar dat de provincie te hulp wil schieten.
Daarom de volgende vragen:

Al jaren is de provincie Noord-Brabant bezig om met miljoeneninvesteringen meanderende beekjes en rivieren in het ons landschap te creëren. Dankzij de meanderende watergangen blijft het water langer vastgehouden in de beekdalen. Het Brabantse provinciebestuur noemt deze aanpak heel fraai ‘beekherstel’[1] of ‘natte natuurparels’[2], maar voor agrariërs in de beekdalen kan dit beleid nogal vervelende effecten hebben. Dankzij de hevige regenval van de afgelopen tijd zijn de kunstmatig meanderende beekjes fors en meermalig buiten hun oevers getreden, en zijn de natuurparels wel heél erg nat geworden.[3] Het gevolg is dat water op landbouwgronden blijft staan en, tot afgrijzen van agrariërs, gewassen als wortelen en aardappelen in de grond blijven rotten. Oogsten lukt niet, want de zware machines zijn natuurlijk niet amfibisch.